Dierenzorg & DLTW dierenzorg

 

De studierichting Dierenzorgtechnieken (3de graad TSO) werd hervormd naar de studierichting Dier en Landbouwtechnische Wetenschappen, optie dierenzorg. Voor de vernieuwde lessentabellen  raadpleeg onze nieuwe brochure, klik hier.

Een maatschappij evolueert en het onderwijs, vooral het technisch en beroepsonderwijs, moet daarop inspelen. Gezelschapsdieren nemen een steeds belangrijkere plaats in,  in de vrijetijdsbesteding van de gemiddelde burger.

Op zoek naar nieuwe uitdagingen ontdekten wij ‘dierenzorg’ in Nederland, ‘animalerie’ in Frankrijk en ‘animal care’ in het Verenigd Koninkrijk.

Om met kennis van zaken te oordelen of deze nieuwe studierichting een haalbare kaart was, werden contacten allerhande gelegd. Dierenartsen, de faculteit voor diergeneeskunde te Gent, petfood-fabrikanten en dierenspeciaalzaken wezen allen op het belang van gezelschapsdieren in een groeiende markt van activiteiten die hiermee verband houden.

Onze beroepsafdeling is er voor jongens en meisjes van wie handvaardigheid en werkkracht hun grootste troef is.  In hun lessenrooster is er dan ook minder algemene vorming en meer praktijk voorzien. De leerlingen gaan één dag per week op stage. De leerling zoekt zelf een bedrijf dat zoveel mogelijk beantwoordt aan de eigen voorkeur: een kinderboerderij, een trimsalon, een dierenspeciaalzaak, …  Hij kan aan de slag als dierenverzorger bij een dierenarts (enkel vanaf 6BSO) of in een dierentuin, in een fokkerij, in een dierenasiel, …

Het technisch onderwijs schenkt meer aandacht aan de theoretische kennis en biedt daardoor onze jonge mensen ruimere kansen tot verdere studies.
Er is een stage voorzien van twee weken. De leerlingen kiezen hun stageplaats in functie van hun interesse, hun eindwerk en de leerplandoelstellingen. De stageplaats moet goedgekeurd worden door de school.

Op de Daiselhoeve, praktijkhoeve voor dierenzorg in Rumbeke, krijgen de leerlingen, zowel van de technische als de beroepsrichting, praktijklessen in verband met huisvesting, voeding en algemene verzorging van verschillende diersoorten.

TSO Dierenzorgtechnieken


Dierenzorgtechnieken is een opleiding voor verzorging van hobby- en gezelschapsdieren.
Leerlingen die in de 2de graad PDM de optie dierenzorgtechnieken kozen, kregen een flink pakket zoötechnieken, waarin de volgende aspecten uitvoerig aan bod kwamen: situering van de sector, classificatie,  inwendige en uitwendige bouw,  levensloop en ontwikkeling,  diergedragingen, gezondheid en welzijn, voeding, huisvesting, goede omgang ,  juiste hantering, dagelijkse verzorging,  huidverzorging, registratie.

In de 3de graad staan er 13 uur zoötechnieken op het programma, waarvan 5 uur praktijk/stage. Er wordt minder algemeen, dus meer specifiek per dier gewerkt.
Van de hieronder vermelde diergroepen worden telkens de belangrijkste diersoorten besproken: carnivoren (vleeseters), neerhofdieren, knaagdieren en haasachtigen, volièrevogels, aquaria- en terrariadieren, herbivoren. Ook een pakket ziekteleer komt in het 5de en 6de jaar aan bod.
In het lessenpakket economie komen, naast bedrijfbeheer, ook de commerciële vaardigheden aan bod die nodig zijn om in een dierenspeciaalzaak te werken.

BSO Dierenzorg


Wie in de tweede graad PDM de optie dierenzorg gekozen heeft, heeft de basis meegekregen van de dierenzorg: de voeding, de verzorging, de ziekten, het gedrag en het welzijn van de dieren.

Vanaf de tweede graad werden de vakken Nederlands, wiskunde en maatschappelijke vorming versmolten tot één vak: project algemene vakken (PAV). Er werd vooral gewerkt rond thema’s die op het dagelijks leven toegespitst zijn (de auto, vrije tijd, op eigen benen, …) In de derde graad krijgt Begeleid Zelfstandig Leren een belangrijke plaats in de lessen PAV. Zo bepaalt de inbreng van de leerlingen voor een belangrijk deel de lesinhoud.

Theoretische en praktische kennis van allerhande vaardigheden die de leerlingen later in de maatschappij zullen moeten beheersen, worden ontwikkeld.

Praktijkuitrusting


Voor de praktijklessen heb je een genaamtekende groene overall met logo van de
school (€ 25,00 max.) en veiligheidslaarzen (+/- € 20,00) nodig.
Beide worden aangekocht op school.

Diploma

Na het 6de jaar TSO: diploma secundair onderwijs + aanvullend getuigschrift bedrijfsbeheer (indien geslaagd voor de desbetreffende vakken)

Na het 6de jaar BSO: studiegetuigschrift

Na het 7de specialisatiejaar ‘gespecialiseerde dierenzorg’: diploma secundair onderwijs + aanvullend getuigschrift bedrijfsbeheer (indien geslaagd voor de desbetreffende vakken).

Concrete toekomstmogelijkheden


Beroepsmogelijkheden:

-    werken in een dierenspeciaalzaak (verkoop en verzorging van dieren);

-    werken in de toeleveringssector (verkoop van dierenbenodigdheden en –voeding);

-    werken op kinderboerderijen, in fokkerijen, dierenpensions, asielen, dierentuinen …;

-     helpen bij een dierenarts.

Studiemogelijkheden:

Professionele bachelor

-       bachelor in de agro- en biotechnologie met verschillende       afstudeerrichtingen: agro-industrie, dierenzorg, landbouw;

-       lerarenopleiding;

-        …

Toelatingsvoorwaarden 3de graad Dierenzorg(technieken)


Dit zijn de belangrijkste toelatingsvoorwaarden. Niet-vermelde toelatingen moeten afzonderlijk bekeken worden.

1ste leerjaar van de 3de graad BSO: tot 15 januari

Altijd na afspraak met de directie.

2de leerjaar van de 3de graad BSO: tot 1 september

Altijd na afspraak met de directie

3de leerjaar van de 3de graad BSO (specialisatiejaar): tot 30 september

Met vrucht het 2de leerjaar van de 3de graad resp. dierenzorg, landbouw, tuinbouw beëindigd hebben én altijd na afspraak met de directie.

1ste leerjaar van de 3de graad TSO: tot 15 januari

Altijd na afspraak met de directie

2de leerjaar van de 3de graad TSO: tot 1 september

Altijd na afspraak met de directie

VABI | Zuidstraat 27 8800 Roeselare | info@vabi.be | 051/264726 Biotechniek - Dierenzorg - Landbouw - Tuinbouw © 2000-2012 |webdesign en beheer: DEDL webmeester.vabi@vabi.be